Single Blog Title

This is a single blog caption

‘Inzicht’ keyword tijdens scenariobijeenkomst stralingsincidenten

Verschillende experts van het Rijk, de kolommen, uitvoeringsorganisaties en vergunninghouders kwamen in september bijeen om te spreken over de wettelijke verantwoordelijkheden – vastgelegd in de Kernenergiewet en Wet veiligheidsregio’s – en wat die in de praktijk concreet betekenen. Dit gebeurde aan de hand van scenario’s voor A- en B-categorie incidenten. Projectsecretaris vanuit het Veiligheidsberaad, Alexander Heijnen: “Er blijkt vooral behoefte aan een meer transparante verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk en veiligheidsregio’s.”

A- en B-categorie incidenten
Bij een incident met een A-object, zoals een kerncentrale, is sprake van een (dreigend) nucleair of radiologisch incident en wordt de nationale crisisorganisatie geactiveerd. Incidenten met een B-object zijn incidenten waarbij mogelijk sprake is van stralingsgevolgen, bijvoorbeeld een transportongeluk met vervoer van radioactief materiaal of een stralingsincident in een laboratorium of ziekenhuis.

Inzicht verkrijgen en afspraken maken
“Het samen functioneren van landelijke crisisstructuren met regionale en lokale structuren vraagt een duidelijke, generieke landelijke crisisstructuur,” licht André Griffioen, projectsecretaris vanuit het ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ), toe. “Belangrijk hierbij is het management van schaarse capaciteiten, de werking van de (nationale) adviesstructuur in de praktijk én contact en betrokkenheid tussen de verschillende ‘lagen’ binnen de crisisbeheersingsstructuur.”

Griffioen vervolgt: “De inzet van ‘indirecte maatregelen’ is een tweede aandachtspunt. Bijvoorbeeld een oogstverbod. Er is behoefte aan duidelijkheid over wie, waar precies over beslist – zowel landelijk, regionaal als lokaal – bij het nemen van indirecte maatregelen. Overleg hierover met betrokken overheden en uitvoeringsorganisaties als de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en het RIVM is belangrijk. Afwegingen over de maatregelen dienen binnen de besluitvormingsgremia gedeeld te worden, zodat deze goed uit te leggen zijn en burgers en bedrijven een helder en eenduidig handelingsperspectief krijgen.”

Deelnemers van de bijeenkomst zien ook kansen in gezamenlijk opleiden en trainen, in combinatie met kennisdeling. Centrale vraag daarbij is over welk minimum basiskennisniveau de gemiddelde hulpverlener dient te beschikken bij een inzet rondom een stralingsincident. Heijnen: “Om adequaat met elkaar te kunnen samenwerken, kan het cruciaal zijn om hulpverleners, bestuurders en vergunninghouders gezamenlijk op te leiden en te trainen via bijvoorbeeld een basiscursus stralingsincidenten. Waarbij de onbekendheid met het onderwerp straling en met elkaars procedures en protocollen goed besproken wordt en onderling afgestemd.

Versterking risico- en crisisbeheersing Nederland
Enerzijds worden de geschetste aandachtspunten binnen het project ‘stralingsincidenten’ opgepakt. Anderzijds ziet het projectteam grote meerwaarde om vanuit de drie gezamenlijke projecten het thema ‘transparante verantwoordelijkheidsverdeling’ niet alleen thematisch, maar vooral generiek bespreekbaar te maken tussen het Rijk en de veiligheidsregio’s. Door deze aandachtspunten op te lossen, dragen de drie gezamenlijke projecten daadwerkelijk bij aan de versterking van de risico- en crisisbeheersing in Nederland.