Good practices Drenthe en Amsterdam-Amstelland

Good practices Drenthe en Amsterdam-Amstelland

Op 6 september 2016 vond in de brandweerkazerne van Kampen de laatste interregionale sessie plaats met de veiligheidsregio’s Amsterdam-Amstelland (AA) en Drenthe. Het verslag van de sessie treft u hier.

Enkele good practices en ‘tops’ die aanvullend aan degene die in het verslag al werden genoemd, zijn:

  • Operationele functionarissen, zowel in AA als Drenthe, kennen elkaar goed. Ze ervaren dat de lijntjes kort zijn binnen hun regio’s, dat ze elkaar regelmatig zien en dat ze weten wat ze aan elkaar hebben. Daardoor kan er ook flexibel worden optreden. In Drenthe doen de AC’s-BZ aan intervisie. In Emmen heeft men een coördinatieteam geformeerd dat tijdens een incident met elkaar moet optreden maar ook vier maal per jaar bij elkaar komt.
  • Bevolkingszorgcollega’s zijn altijd bereid om op te komen bij een incident.
  • Het hoofd verzamelplaats oefent in COPI-oefeningen mee met de OvD-BZ.
  • In plaats van meteen te communiceren dat mensen opgevangen worden, moet juist gecommuniceerd worden dat mensen in hun eigen opvang moeten voorzien. Bijvoorbeeld door bij uitval van treinen om te roepen: ‘er is een probleem. We weten niet wat er aan de hand is. We proberen het op te lossen maar weten nog niet hoe lang het duurt. We raden u aan om zelf een manier van vervoer te vinden’. Dat is een andere boodschap dan ‘de treinen zijn uitgevallen en we informeren u weer over een uur’. Die laatste boodschap nodigt uit tot passiviteit en afwachten, de eerste tot handelen.
  • Goede communicatie over de afhandeling (herstelfase) is ook belangrijk. Burgers zijn bijvoorbeeld zelf verantwoordelijk voor het afsluiten van verzekeringen en het verhalen van schade op hun eigendom na een incident/ramp. Dat is geen taak van de gemeente, maar dit blijkt niet altijd bekend te zijn bij de burger. De gemeente kan wel een doorverwijzende rol na het incident/ramp op zich nemen.
  • Operationele functionarissen moeten veel praktijkcasussen voorgelegd krijgen waarin ze zien – en dus begrijpen – hoe burgers in de praktijk handelen. ‘Dat heeft mij erg geholpen om ook daadwerkelijk te kunnen anticiperen en stimuleren op zelfredzaamheid’.
  • In Drenthe wordt het inrichten van sporthallen als omslachtig ervaren, dus wordt er doorgaans vooral gebruik gemaakt van hotels of vakantieparken. Daarom heeft Drenthe van te voren afspraken gemaakt met hotels en vakantieparken waardoor in tijden van nood snel geschakeld kan worden. In AA heeft men een dergelijke afspraak niet, omdat dit praktisch niet haalbaar is; het is te duur om afspraken te maken met hotels voor het opvangen van (grote) groepen mensen omdat hotels in Amsterdam doorgaans vol zitten. Standaardregel is wel om mensen in hotels op te vangen, maar als de groep te groot is dan zal dit het toch in een sporthal gebeuren. Ook om de eventuele vervolgopvang in een hotel ‘minder’ aantrekkelijk te maken en mensen daardoor ‘gestimuleerd’ worden om zelf onderdak te vinden. Let wel op: niet alle kwetsbare mensen kunnen zonder begeleiding in een hotel opgevangen worden. Betrokkenheid vanuit de GHOR is daarvoor gewenst.
  • Laat de regie voor het proces ‘opvang’ bij één persoon, zoals bijvoorbeeld in AA het hoofd RAC, en voorkom zo dat meer mensen op de uitvoering gaan sturen.
  • Schaal als bevolkingszorg niet onmiddellijk af als wel al wordt afgeschaald door de operationele hulpverleners (brandweer, politie en GHOR). Soms lopen er nog processen waar je als operationele functionaris niks van weet en behoeft er nog actie.
  • Het is belangrijk erkenning te geven aan mensen die geholpen hebben. Bij de gasexplosie in de Molukse wijk in Hoogeveen was iedereen al opgevangen in de Molukse kerk. De instelling was zelfs al aan het bellen voor vervangende woonruimte. Deze mensen moeten achteraf een schouderklopje krijgen voor hun inzet. Dat wordt nog wel eens vergeten.
  • Een ander mooi voorbeeld van zelfredzaamheid is de vluchtelingenopvang op Amsterdam CS. In een recent verbouwd stuk richtten vrijwilligers een eerste noodopvang op en zorgden voor kleding, water en eten voor vluchtelingen die met de trein aankwamen. Dat verliep heel goed. Maak dus gebruik van vrijwilligers die zich spontaan aanmelden.
  • AA organiseert sinds kort structurele bijeenkomsten per team/functie waarbij kennis, ervaring en behoeftes uitgewisseld worden. Elk team komt om de 6 weken bij elkaar waarbij er strak genotuleerd wordt. Drenthe geeft aan dat dit in hun regio niet uitvoerbaar is, omdat de tijdsbelasting te hoog is.
  • Zorg voor goede communicatie naar de crisispartners (zoals Salvage, stadsdelen, brandweer/ politie etc) over wat ze van jou als gemeente allemaal wel en niet mogen verwachten. Nu is er soms ruis door de vele partijen die nog niet op de hoogte zijn van een ander vertrekpunt van bevolkingszorg, namelijk antiperen en stimuleren van zelfredzaamheid. De vraag is wel: maar wie pakt dat op?
  • Om te kunnen anticiperen op zelfredzaamheid en deze zelf te stimuleren is een kernvraag: ‘wat doen burgers zelf en moeten wij als bevolkingszorg wel wat doen’. Neem dit op in de checklijsten en beoefen dit.
  • Een advies aan startende OvD’s is, zoek iemand om mee te sparren en verzamel zelf zoveel mogelijk informatie op ter plaatse al dan niet via social media.
  • Soms wordt de opvang al door andere operationele hulpdiensten gestart, ook omdat bevolkingszorg doorgaans later aanwezig is. Wees niet bang om een al ingezette opvang weer terug te draaien, mocht dit niet nodig blijken omdat mensen bijvoorbeeld geholpen kunnen worden om in hun eigen opvang te voorzien.